HISTORIE

De rijke historie van Koninklijke Van Kempen & Begeer begint reeds in het jaar 1777. Een nog jonge Johannes Mattheus van Kempen start in dat jaar op 13-jarige leeftijd als leerjongen een opleiding tot goud- en zilversmid bij Meestersmid Johannes de Brieder in Utrecht.

In 1789, het jaar van de Franse Revolutie die een grote omwenteling voor Europa teweegbrengt, wordt Johannes Mattheus van Kempen toegelaten tot het goud- en smedengilde van Utrecht.

Met zijn opgedane kennis en bekwaamheid onderscheidt hij zich in het ontwerpen van stijlvolle en sierlijke bokalen. Hij mag vanaf dat jaar dan ook zijn eigen meesterteken voeren: de initialen “J.V.K.” met als toevoeging het symbool van een kemphaantje.

 

De start van een familietraditie en het Koninklijk predicaat.

Wanneer begin 19e eeuw tijdens de tumultueuze jaren onder Franse bezetting zonen Pieter Johannes en Johannes Mattheus eveneens voor het zilvervak kiezen is de start van een eeuwenlange familietraditie een feit.

Het Nederlandse bedrijf floreert, net als de economie, onder het gezag van de Oranjes die het land weer besturen na de val van Napoleon. De vraag naar goud- en zilverwerk groeit en het onderscheidende werk van J.M. Van Kempen zorgt ervoor dat Koning Willem II besluit het bedrijf de titel van Hofleverancier toe te kennen.

In 1858, bij de opening van hun nieuwe en indrukwekkende fabriek in Voorschoten, ontvangt Van Kempen & Begeer van Koning Willem III het predicaat ‘Koninklijk’. Een mijlpaal voor het familiebedrijf dat hiermee aan de basis van de industriële revolutie in het land meewerkt.

 

De expertise en exclusiviteit groeit.

Grondlegger van Kempen concentreerde zich in het begin van zijn onderneming op klein zilver zoals boeksloten, gespen en knoptasjes. Door de volgende generaties heen wordt het assortiment en de expertise verder uitgebreid. Ambachtelijke specialisten die een nieuwe vaardigheid of werkwijze konden introduceren werden in Voorschoten aan boord gehaald.

Zo ontstond het Engelse systeem om lepels en vorken te maken en verkreeg Koninklijke Van Kempen & Begeer in 1867 een ‘galvanoplastiek’ afdeling. Dankzij deze techniek, waarbij gebruik gemaakt wordt van elektriciteit, werd het mogelijk om grote sculpturen van zilver en koper te vervaardigen. De imposante beelden van het monument op Plein 1813 in Den Haag zijn hier een voorbeeld van.

 

Internationale ambities en expansie.

Als eind 19e eeuw de vraag naar goud- en zilverwerk wereldwijd toeneemt opent Koninklijk Van Kempen & Begeer internationale kantoren. In Europese steden als Brussel, Genève en Parijs maar ook overzees in Nederlands-Indië. Onder de opvolgende generaties groeit het bedrijf uit tot een werelds merk van industrieel niveau.

Tijdens de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs, geheel in het teken van de ‘Art Nouveau’ wordt hun inzending bekroond met de gouden medaille. Ondanks de voortdurende vraag naar het traditionele zilverwerk slaat Van Kempen hiermee ook de weg van de ‘Nieuwe Kunst’ in.

 

Overname The Cookware Company.

Sinds 2018 is The Cookware Company eigenaar van Koninklijke Van Kempen & Begeer. Het relatief jonge bedrijf uit België maakt zich sterk om het gerenommeerde Hollandse merk wereldwijd op de markt te gaan zetten. Met hun eigen visie en innovatiekracht willen zij de rijke historie en het prestige van Koninklijke Van Kempen en Begeer een nieuw elan geven.

Tenslotte is een prachtig zilveren bestek op tafel een “savoir de vivre” dat bijdraagt aan de sfeer en beleving van het dineren. - The Art of Dining.